Woorden zijn geen hapklare brokken

By 10 juli 2015Communicatie, Taal, Vertalen
Woorden zijn geen hapklare brokken

Deze week publiceerde Kennislink een interview met neurowetenschapper Bastien Boutonnet, waarin hij stelt dat woorden ons brein beter helpen kijken dan geluiden. Als vertaler wil ik hier enige nuancering in aanbrengen.

Ons brein houdt van hapklare brokken
In het interview legt Boutonnet uit dat ons brein niet alleen informatie verwerkt op basis van zintuiglijke waarnemingen, maar ook op basis van voorspellingen. Ons brein heeft een model vol verwachtingen dat het efficiëntst werkt als er precies genoeg informatie binnenkomt. Je kunt het brein dus zien als een glazen bol in ons hoofd die van hapklare brokken houdt. Woorden dus. Want waar woorden meestal in overzichtelijke categorieën zijn onder te verdelen, geven geluiden die bij een woord horen allerlei extra informatie die onze waarneming en dus onze verwachtingen beïnvloeden. Zo bleek uit een experiment van Boutonnet dat onze hersenen na het horen van het woord ‘hond’ sneller konden zien of een afgebeeld dier een hond was dan na het horen van geblaf. Het geblaf van een hond vertelt namelijk ook iets over hoe groot het dier is en of het zich vriendelijk of juist agressief gedraagt. Dit soort extra informatie vertraagt het tempo waarin de hersenen informatie verwerken.

Niet elke baby is een baby
Wat mij als vertaler nu interesseert, is wat er gebeurt als je bovenstaand experiment doet met een groep Nederlandse en Britse proefpersonen. Voor het gemak zijn de gesproken woorden dan in het Engels opgenomen, een wereldtaal waarvan de meeste Nederlanders beweren dat ze er bovengemiddeld goed in zijn. Op grond van mijn kennis over het vertaalfenomeen ‘gedeeltelijke equivalentie’ voorspelt mijn brein echter dat de conclusie van Boutonnet voor Nederlandse moedertaalsprekers hier in principe niet zal opgaan. Bijvoorbeeld als de proefpersonen het woord ‘baby’ krijgen te horen of het geluid van een jong, huilend kind. Op het plaatje dat ze dan te zien krijgen staat een kind afgebeeld van ongeveer twee jaar oud. De Nederlander zal aangeven dat het woord ‘baby’ niet overeenkomt met het plaatje, terwijl dat volgens de Brit juist wel het geval is.

De simpelste woorden kunnen leiden tot misverstanden
Voor Engelstaligen is het woord ‘baby’ namelijk een ruimer begrip dan voor Nederlanders. Zelfs een vierjarige kleuter kan in het Engels nog ‘baby’ worden genoemd, terwijl een Nederlandse baby maximaal één jaar oud is (daarna spreken we van ‘dreumes’). Dit soort verschillen in gedifferentieerdheid of betekenis van woorden noemen we gedeeltelijke equivalentie en kunnen in de communicatie onbedoeld leiden tot allerlei interculturele misverstanden (en resulteren bovendien vaak in slechte vertalingen). De betekenis van een woord is in die gevallen namelijk afhankelijk van de context waarin het wordt gebruikt, wat ook weer te veel (of juist te weinig) informatie oplevert voor ons brein.

De stelling dat woorden hapklare brokken zijn die ons brein beter helpen kijken dan geluiden gaat dus hooguit op voor woorden in de moedertaal. Hoe dat komt, lees je in mijn volgende blogpost.

Leave a Reply